'Dit is wat we willen zijn'

Gepubliceerd op: 5 juni 2018 10:00

Parrotia open als huiskamer van Roosendaal

‘Hier komt het park echt de stad binnen’, vindt Aat Vos, creative guide bij de herinrichting van Parrotia. De grote tafel aan het raam, op de benedenverdieping, is zijn favoriete plek geworden. Donderdag is de officiële heropening van het complex aan de Markt, waar Bibliotheek VANnU samen met verschillende andere partners gevestigd is.

Een verdieping hoger zit architect Marcel van der Veer (MARS Interieurarchitecten) op een oudroze fauteuil bij het raam boven het Emile van Loonpark. Hij wijst door de open ruimte naar het Emile van Loonhuis, achter de computers, aan de overkant van de loopbrug naar jeugdafdeling Schatrijk. ‘Het oogt nu rustiger, waardoor de oude gevel duidelijker naar voren komt.’ De boekenkasten en ook de knalgroene en oranje pilaren kregen een neutralere tint. ‘Boeken hebben zelf al kleur’, zegt Van der Veer. ‘Alleen waar mensen zitten hebben we meer op kleur ingezet.’ Met allerlei verschillende meubels, gordijnen en vloerkleden.
Frédérique Assink-Aben, directeur van Bibliotheek VANnU, gaf afgelopen week al eens een rondleiding. ‘Ik zei niets, ik liet de mensen eerst maar even kijken’, vertelt ze. ‘Net een huiskamer, zei iemand. Ik dacht: bingo! Dit is wat we willen zijn.’

‘Thuis heb je ook niet dertig dezelfde stoelen. Waarschijnlijk is niet eens alles van hetzelfde merk. Hier ook niet’, legt Van der Veer uit. ‘Hoewel leveranciers natuurlijk liever hebben dat je alles bij hen bestelt.’ Extra voordeel: ‘Het is duurzaam: in de toekomst kun je gemakkelijk een klein onderdeel vervangen.’
Ook bij deze herinrichting stond duurzaamheid voorop. ‘Alles is hergebruikt’, zegt Assink-Aben. ‘Want met ons budget was dit eigenlijk een onmogelijke opdracht.’
‘De zwarte stoelen aan de lange tafel boven vond je al in de oude bibliotheek, net als een groot deel van de plafondverlichting’, vertelt Van der Veer.
Zelfs de glazen puien waarmee vroeger beneden werkplekken werden afgeschermd, keerden terug op andere plaatsen. ‘En de lange speelotheekkast die boven tegen de wand stond, is doormidden gezaagd en omgeklapt, zodat je eromheen kunt lopen’, vertelt Katja van Etten. Zij was manager publieke dienstverlening van VANnU en tevens projectleider van de verbouwing en herinrichting.

 

De bibliotheek bleef al die tijd geopend. ‘De deuren sluiten en een paar maanden lekker je gang gaan, is natuurlijk gemakkelijker’, blikt Van Etten terug. ‘Nu hebben we de collectie wel érg vaak in onze handen gehad en soms zag het er niet uit. Maar de klanten konden wél terecht, terwijl er volop werd getimmerd of beton werd gestort.’
De bibliotheek nam de herinrichting voor haar rekening. Verhuurder Alwel financierde de verbouwing. Een van de aanleidingen voor het project was dat het voor Alwel (toen nog AlleeWonen) lastiger was geworden om voldoende gebruikers te vinden voor zo’n pand. ‘Tegelijkertijd hadden wij onze eigen ontwikkelingen’, legt Assink-Aben uit. ‘Het traditionele beeld van een bibliotheek, met kasten vol boeken, was aan het kantelen. En terwijl mensen heus nog wel boeken lezen – en kopen, downloaden en ruilen, loopt ons ledenaantal terug. Dat is een deel van onze inkomsten, en de gemeente gebruikt het als maat voor subsidies.’

Er kwamen brainstormsessies, waarin al snel het idee ontstond van een huiskamer in Roosendaal. ‘Parrotia moest een plek worden waar je binnen kunt lopen, zonder dat iemand meteen vraagt wat je eigenlijk komt doen, zoals in een winkel of op een terras’, zegt Van Etten. Aat Vos werd als creative guide bij het project betrokken. In verschillende Nederlandse steden, maar ook in Oslo en Keulen, werkte hij de afgelopen jaren al aan huiskamerbibliotheken. Of eigenlijk: aan third places. De Amerikaanse socioloog Ray Oldenburg (1932) introduceerde die term in zijn boek The Great Good Place (1989).
‘Mensen, de meeste toch, hebben een huis’, legt Vos uit. ‘Dat is hun eerste plek. Veel mensen hebben ook werk of een opleiding: hun tweede plek. Maar daarnaast hebben we een derde plek nodig. Waar je alleen naartoe kunt, maar waar je ook mensen mee naartoe kunt nemen, waar je gekend wordt. Een gratis toegankelijke plek, waar je verblijf gefaciliteerd wordt, een plek in de buurt, die belangrijk voor je is.’
Dat klinkt haast als de themesong van Cheers, de populaire comedyserie uit de jaren tachtig: ‘Sometimes you want to go / Where everybody knows your name / And they’re always glad you came’. Niet toevallig: het café uit de serie is het klassieke voorbeeld van een third place.

‘Tegenwoordig sluiten zulke plekken mensen echter steeds meer buiten’, vertelt Vos. ‘Wanneer je geen lid bent, of misschien geen geld hebt om steeds weer een dure koffie te betalen.’ Daar ligt volgens hem een taak: ‘Derde plekken publiek aanbieden.’
Een mooie taak voor die veranderende bibliotheken. ‘Een klassieke bibliotheek is een verzameling boeken. De nieuwe variant is meer een verzameling mensen, met verschillende behoeftes’, zegt Van der Veer, die als architect de theoretische kaders van Vos vertaalde voor Roosendaal.
Vos verwijst naar de piramide van Maslow, een model waarin universele behoeftes gerangschikt zijn. Om te beginnen hebben mensen behoefte aan slaap en voedsel. ‘Als dat er is, gaan ze op zoek naar veiligheid en sociaal contact. Pas ver bovenaan de piramide staat zelfontplooiing. Je zou kunnen zeggen dat bibliotheken in the old days met hun diensten bovenin die piramide zaten. Nu wordt hun rol steeds breder: een veilige plek, waar je mensen kunt ontmoeten, een kopje koffie kunt drinken en, o ja, je kunt er ook iets leren. Niet alleen uit boeken, maar ook van elkaar. Bijvoorbeeld door er een podium te bouwen.’

Dat podium had Parrotia al. En de koffie komt ook weer terug, na het recente vertrek van de coffeecorner. ‘Coffee is there for a reason’, vindt Vos. ‘Na twee uur krijgen mensen dorst of moeten ze naar de wc. Als je dat niet faciliteert, zijn ze weg.’
‘Goede WiFi helpt, maar koffie is van cruciaal belang’, vindt ook Assink-Aben. ‘We zijn op zoek naar een nieuwe uitbater. Daarbij denken we aan de combinatie met een maatschappelijke link. En, niet onbelangrijk: iemand die gelooft in het concept van Parrotia. We zijn namelijk meer dan een gebouw waarin toevallig verschillende bedrijven gehuisvest zijn. Parrotia zijn we met z’n allen.’

Wie zijn die anderen?
‘Nu is het tijd om Parrotia te ontwikkelen tot een dynamische plek’, zegt Koen Oosterwaal. Als placemaker is hij degene die dat moet stimuleren. ‘Daarvoor moet eerst de basis op orde zijn. Voor WijZijn Traverse Groep is het bijvoorbeeld belangrijk dat de rust is teruggekeerd.’ Dat is namelijk een organisatie voor maatschappelijk welzijn, die kwetsbare burgers helpt.
Naast WijZijn Traverse, Alwel en de Bibliotheek VANnU, huisvest Parrotia ook BN/De Stem, ouderenvereniging OnsMarie, de Stichting Algemene Hulpdienst Roosendaal (SAHR), taalaanbieder Anglia en Zone Zuid Architechten.
‘Nu na de verbouwing letterlijk en figuurlijk het stof is neergedaald, willen we weer laten zien dat we er zijn’, zegt Oosterwaal. Bijvoorbeeld door die grote blauwe zuilen, sinds deze week te vinden aan de Markt. ‘Maar ook binnen, want aan de programmering kunnen we samen werken. Iets met kinderen, techniek en taal, kan ik me bij deze partners goed voorstellen. Of nog meer cultuur.’